Vaccinaties voor je toypoedel: entschema, titeren en preventie
Geschreven door Lotte Bakker

Kort antwoord: een toypoedel-pup krijgt in Nederland meestal entingen op 6, 9 en 12 weken, soms nog een op 16 weken, en rond een half jaar of een jaar een booster. Daarna volstaat voor de drie kernziekten meestal eens per drie jaar, en tegen de ziekte van Weil elk jaar. Kennelhoest en rabiës komen erbij als je naar een pension gaat of naar het buitenland reist. Vaccineren is de basis van preventieve zorg; ontwormen, vlooien en teken, het gebit en een jaarlijkse controle maken het af. Hieronder lees je het schema, wat je bij de fokker controleert en waar je bij een klein hondje op let.
Waartegen vaccineer je een hond?
Dierenartsen verdelen vaccins in kernvaccins, die elke hond hoort te krijgen, en aanvullende vaccins, die afhangen van waar je hond komt en wat hij doet. Het LICG en de richtlijnen van de wereldwijde dierenartsenvereniging WSAVA noemen dezelfde drie kernziekten.
| Ziekte | Wat het is | Soort vaccin | Herhalen |
|---|---|---|---|
| Parvovirus | zware darminfectie met bloederige diarree, vaak dodelijk bij pups | kern | na booster eens per 3 jaar |
| Hondenziekte (distemper) | virus dat longen, darmen en zenuwstelsel aantast | kern | na booster eens per 3 jaar |
| Besmettelijke leverziekte (HCC) | virusinfectie van lever en bloedvaten | kern | na booster eens per 3 jaar |
| Ziekte van Weil (leptospirose) | bacterie uit water en rattenurine, ook besmettelijk voor mensen | in Nederland standaard | elk jaar |
| Kennelhoest | besmettelijke hoest, vooral waar veel honden samenkomen | aanvullend | elk jaar, als het nodig is |
| Rabiës (hondsdolheid) | verplicht om met je hond de grens over te gaan | aanvullend | volgens het paspoort, vaak eens per 3 jaar |
Kennelhoest wordt vaak gevraagd door pensions, trimsalons en hondenuitlaatservices. Het vaccin kan als neusdruppel of als prik. Rabiës is in Nederland niet verplicht zolang je binnen de grens blijft, maar wel zodra je op reis gaat; zie reizen met je toypoedel.
Het entschema voor een toypoedel-pup
| Leeftijd | Enting | Waar |
|---|---|---|
| 6 weken | parvo en hondenziekte | meestal nog bij de fokker |
| 9 weken | parvo en ziekte van Weil | bij de fokker of bij jouw dierenarts |
| 12 weken | cocktail: hondenziekte, parvo, besmettelijke leverziekte, ziekte van Weil | bij jouw dierenarts |
| 16 weken | extra enting bij een hoger risico, of in plaats daarvan een bloedtest | in overleg met je dierenarts |
| 6 tot 12 maanden | booster voor de kernziekten, plus ziekte van Weil | samen met een algemene controle |
| Daarna | kernziekten eens per 3 jaar, ziekte van Weil elk jaar | bij de jaarlijkse controle |
Waarom zo vaak? Een pup krijgt via de eerste moedermelk antistoffen mee. Die beschermen hem de eerste weken, maar ze blokkeren ook het vaccin. Hoe snel die bescherming wegzakt, verschilt per pup: bij sommige al na zes weken, bij andere pas na twaalf weken of later. Door een paar keer te enten, heeft elke pup op enig moment een vaccin dat wel aanslaat. Op 16 weken zijn bij vrijwel alle pups de antistoffen van de moeder verdwenen. Daarom adviseert de WSAVA de laatste pupenting op 16 weken of later. Je dierenarts weegt samen met jou af of dat bij jouw pup nodig is.
Rond een half jaar is ook een goed moment voor een controle van het gebit: bij toypoedels blijven melktanden vaak zitten. Meer daarover in tanden wisselen bij de toypoedel.
Wat je bij de fokker controleert
- Het vaccinatieboekje of dierenpaspoort met de sticker en datum van de eerste enting. De Nederlandse regels schrijven voor dat pups bij een bedrijfsmatige fokker vóór 7 weken hun eerste enting tegen parvo en hondenziekte krijgen.
- Ontworming: vraag wanneer en waarmee de pups ontwormd zijn, zodat je dierenarts het schema kan overnemen.
- Chip en registratie, en de gezondheidstests van de ouders; zie een toypoedel kopen en een goede toypoedelfokker vinden.
Een pup uit het buitenland is een apart verhaal. Volgens de EU-regels mag een hond pas de grens over met een geldige rabiësvaccinatie. Die wordt op zijn vroegst op 12 weken gezet en is 21 dagen later geldig. Nederland maakt daar geen uitzondering op. Een geïmporteerde pup van 8 of 10 weken met "alle papieren" klopt dus niet. Dat is een van de duidelijkste signalen van broodfok en illegale handel: laat je niet overhalen, hoe zielig de pup ook is.
Socialiseren voor de laatste enting
De eerste weken thuis zijn de belangrijkste van zijn leven voor socialisatie. Hem binnen houden tot na de laatste enting kost meer dan het oplevert. Kies wel slim:
- Neem hem mee in een draagtas of op de arm naar drukke plekken, zoals de markt of het station.
- Laat hem spelen met gezonde, ingeënte honden die je kent, en niet op hondenveldjes waar veel onbekende honden komen.
- Vermijd plassen en slootkanten tot na de enting tegen de ziekte van Weil.
- Maak het dierenartsbezoek leuk: ga eens langs voor een snoepje en om te wegen.
Meer over de eerste week lees je in de eerste nachten met je toypoedel-pup.
Kleine honden en vaccinreacties
De vaccindosis is voor een toypoedel van twee kilo hetzelfde als voor een grote poedel van dertig kilo; dat is gewoon zo geregistreerd. Onderzoekers van Purdue University bekeken de dossiers van ruim 1,2 miljoen gevaccineerde honden. Ongeveer 38 op de 10.000 honden kregen binnen drie dagen een reactie. Het risico was groter naarmate de hond lichter was, en elk extra vaccin in hetzelfde bezoek verhoogde het risico bij honden tot 10 kilo met ongeveer 27 procent.
Wat betekent dat voor jou? Vaccineren blijft veel veiliger dan niet vaccineren. Wel kun je met je dierenarts bespreken of het zinvol is om vaccins te spreiden over twee bezoeken, bijvoorbeeld kennelhoest of rabiës apart. Blijf na een enting even in de buurt van de praktijk. Een dag wat suf, minder eten of een klein bultje op de prikplek is normaal. Zwelling van de kop, jeuk over het hele lijf, braken, benauwdheid of flauwvallen zijn dat niet: bel dan direct je dierenarts.
Titeren: minder vaak prikken als het kan
Bij titeren meet de dierenarts met een bloedtest hoeveel antistoffen je hond nog heeft tegen de kernziekten. Zijn die voldoende, dan kan de herhaling worden uitgesteld. Het LICG schrijft dat honden die met een levend verzwakt vaccin zijn ingeënt soms na zeven jaar nog beschermd zijn, al houden dierenartsen officieel drie jaar aan. Titeren werkt alleen voor parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte. Voor de ziekte van Weil en kennelhoest bestaat geen betrouwbare test; die blijven dus jaarlijks. Steeds meer pensions accepteren een titeruitslag als bewijs.
Preventieve zorg naast de entingen
- Ontwormen: pups tot zes maanden elke maand, daarna meestal vier keer per jaar, of op basis van ontlastingsonderzoek. Je dierenarts stemt het af op het risico, bijvoorbeeld als je hond slakken eet (longworm) of veel op rauwvoer leeft. Reis je naar Zuid-Europa, vraag dan ook naar bescherming tegen hartworm en leishmania.
- Vlooien en teken: het hele jaar door, niet alleen in de zomer. Kies een middel dat past bij het gewicht van je toypoedel en deel nooit een pipet voor een grotere hond op. Heb je ook een kat, let dan op: middelen met permethrine zijn giftig voor katten; zie toypoedel en katten. Na elke wandeling in bos of hoog gras check je op teken en verwijder je ze met een tekentang.
- Gebit: bij kleine rassen het grootste preventiepunt. Dagelijks poetsen is het doel; zie tanden poetsen bij je toypoedel.
- Gewicht: een paar honderd gram te veel is op twee tot vier kilo al veel; zie overgewicht bij de toypoedel.
- Knieën en ogen: laat bij de jaarlijkse controle ook de knieschijven voelen; patella luxatie komt bij toypoedels relatief vaak voor.
De jaarlijkse controle is dus meer dan een prik: gebit, gewicht, hart, huid, knieën en ogen. Vanaf een jaar of tien is twee keer per jaar verstandig; zie een oudere toypoedel verzorgen. Een overzicht van erfelijke aandoeningen vind je bij toypoedel gezondheid.
Wat kost het ongeveer?
Prijzen verschillen sterk per praktijk, dus vraag ze na. Als globale indicatie: een entconsult kost vaak 50 tot 80 euro, ontworming en vlooien- en tekenmiddelen voor een toypoedel samen 40 tot 60 euro per jaar, en een uitgebreide jaarcontrole 60 tot 120 euro. Omdat een toypoedel gemiddeld 14 tot 16 jaar oud wordt, met uitschieters tot 18, loopt dat over zijn hele leven op. Een verzekering dekt preventieve zorg meestal niet, maar wel onverwachte kosten; zie een toypoedel verzekeren.
Bronnen en controle
Het entschema, de uitleg over antistoffen van de moeder en titeren volgen de informatie van het LICG over vaccinatie van de hond en medische puppyzaken, en de vaccinatierichtlijnen van de WSAVA. Het onderzoek naar vaccinreacties is van Moore en collega's (Purdue University) in de Journal of the American Veterinary Medical Association, 2005 (samenvatting op PubMed). De regels voor rabiës bij reizen staan op Your Europe. Adviezen over ontwormen volgen de richtlijn van ESCCAP. Dit artikel vervangt geen advies van je dierenarts, die het schema afstemt op jouw hond. Klopt er iets niet, mail dan naar [email protected].
Kort samengevat
- Pupentingen op 6, 9 en 12 weken, soms 16 weken, en een booster tussen 6 en 12 maanden.
- Daarna de kernziekten eens per drie jaar en de ziekte van Weil elk jaar.
- Kennelhoest voor pension en hondenschool, rabiës voor reizen.
- Een buitenlandse pup onder de 15 weken met een "geldige" rabiësenting bestaat niet.
- Kleine honden reageren iets vaker op vaccins: bespreek spreiden en let op de eerste dagen.
- Titeren kan voor de kernziekten, niet voor Weil of kennelhoest.
- Ontwormen, vlooien en teken, gebit en gewicht horen bij dezelfde jaarlijkse zorg.



