Direct naar inhoud
Toypoedel.nl, alles over poedels

Tanden wisselen bij je toypoedel: van 28 melktanden naar 42 blijvende

Lotte Bakker

Geschreven door Lotte Bakker

Tanden wisselen bij je toypoedel: van 28 melktanden naar 42 blijvende

Ergens tussen de derde en de zevende levensmaand ruilt je toypoedel zijn complete gebit in. Achtentwintig melktanden gaan eruit, tweeënveertig blijvende tanden en kiezen komen ervoor terug, en meestal merk je van die hele verbouwing weinig meer dan wat extra kauwlust en af en toe een rood vlekje op een speeltje. Bij kleine rassen gaat het alleen vaker mis dan bij grote, en de toypoedel staat met naam en toenaam op dat lijstje. Dit artikel legt uit hoe het wisselen hoort te verlopen, en waar je precies naar kijkt.

Het normale schema: 28 melktanden, 42 blijvende

Melktanden komen al bij de fokker door, vanaf een week of drie, en rond zes weken tot twee maanden is het melkgebit compleet: 28 stuks. Als je pup op zijn vroegst met acht weken bij je komt, breng je dus een hond in huis met een volledig melkgebit dat binnen een paar maanden weer plaatsmaakt.

Het wisselen zelf begint doorgaans rond de derde à vierde maand, en vrijwel altijd met de snijtanden voorin. Daarna volgen de hoektanden en de premolaren. Rond zes tot zeven maanden is het klaar en staat het blijvende gebit er: 42 tanden en kiezen. Achterin komen bovendien kiezen door die geen melkvoorganger hebben, die groeien gewoon nieuw aan. Kleine rassen lopen daarbij vaak een paar weken achter op grote rassen, dus schrik niet als je toypoedel later begint dan de labrador uit de puppyklas.

Wat je er zelf van ziet, is meestal weinig. Pups slikken hun melktanden vaak ongemerkt in tijdens het eten, dus dat verzamelbakje op de vensterbank blijft doorgaans leeg. Een minuscuul beetje bloed bij het uitvallen is normaal en valt alleen op als lichte roodkleuring op een kauwspeeltje.

Waarom het bij de toypoedel vaker misgaat

Normaal lost de wortel van een melktand op zodra de blijvende tand eronder omhoog duwt, waarna de melktand vanzelf loslaat. Gebeurt dat niet, dan blijft de melktand vastzitten terwijl de blijvende er al naast doorkomt. Dat heet een persisterende melktand, en het is bij uitstek een probleem van toy-rassen: de toypoedel wordt in de dierentandheelkunde standaard genoemd naast de yorkshireterriër, de maltezer en de chihuahua.

De hoektanden zijn het vaakst de boosdoener, met de bovenhoektanden voorop, gevolgd door de snijtanden. De kernregel die dierenartsen hierbij hanteren is kort: er horen nooit twee tanden tegelijk op dezelfde plek te staan. Blijft er toch één staan, dan gebeuren er twee dingen. Ten eerste wordt de blijvende tand opzij geduwd. Blijft een onderhoektand staan, dan wordt de blijvende onderhoektand gedwongen aan de binnenkant omhoog te groeien, met de punt richting het verhemelte. Die punt kan het gehemelte daadwerkelijk beschadigen: pijnlijk, en hinderlijk bij het eten.

Ten tweede ontstaat er opeenhoping. Twee tanden op de ruimte van één vormen een spleet waar voer en plak in blijven zitten. In het toch al krappe kaakje van een hond van 2 tot 4,5 kilo is dat precies het laatste wat je erbij kunt hebben; tandsteen, ontstoken tandvlees en op termijn parodontitis liggen op de loer. Waarom kleine rassen sowieso gevoelig zijn voor gebitsproblemen, en wat je daaraan doet, lees je bij tanden poetsen bij je toypoedel.

Wanneer je de dierenarts belt

De praktische norm: staat de blijvende tand er en zit de melktand er een week later nog steeds, dan hoort die eruit, en het liefst snel. Een persisterende melktand verdwijnt niet alsnog uit zichzelf.

Belangrijk detail dat vaak misgaat: wacht er niet mee tot een ander narcosemoment, zoals een castratie of sterilisatie rond zes maanden. Hoe eerder de melktand weg is, hoe groter de kans dat de blijvende tand alsnog naar zijn juiste plek schuift. Wie te lang wacht, houdt een scheefstand die daarna alleen nog met orthodontie door een specialist te corrigeren is. Verwijderen gebeurt onder narcose en vraagt zorgvuldig werk, want de wortel van een melktand is dun en breekt makkelijk, en de kiem van de blijvende tand ligt er vlak naast.

Laat het gebit dus expliciet nakijken bij de controles in de eerste maanden; die momenten heb je toch al staan voor de vaccinaties en preventieve zorg. Vraag rond vier en rond zes maanden gericht of alles netjes gewisseld is. Kijk zelf ook af en toe: til de lip op, tel de hoektanden en let op dubbele exemplaren. Of zo'n ingreep onder je polis valt, verschilt sterk per verzekeraar; zie je toypoedel verzekeren.

Verder bel je je dierenarts bij aanhoudend bloeden, duidelijke pijn, kwijlen, niet willen eten, een zwelling in de bek of een blijvende tand die er na zeven maanden nog steeds niet is.

Kauwen tijdens de wisselperiode

Kauwen lucht op, en je merkt in deze maanden dat je pup alles wil proberen. Geef daar goed materiaal voor, want hier wordt de meest gemaakte fout gemaakt: te hard. Tandartsen voor dieren hanteren één simpele vuistregel: laat je hond niets kauwen wat niet buigt. Kun je het niet indrukken met je nagel of doorbuigen met je handen, dan is het te hard. Botten, geweien en steenhard nylon vallen daarmee af, ook voor volwassen honden; een gebroken tand is zo gebeurd, en bij een toypoedel gaat het om piepkleine tanden.

Wat wel werkt: soepel kauwspeelgoed in klein formaat en een vulbaar speeltje dat je invriest, want de kou verzacht het gevoelige tandvlees. Meer over wat je verder in huis wilt hebben staat in toypoedel benodigdheden. Overmatige kauwdrang zakt trouwens pas ruim ná de wisselperiode af, meestal rond anderhalf jaar, dus reken er niet op dat het bij zeven maanden voorbij is. Zorg ondertussen dat je schoenen en snoeren buiten bereik liggen, net als in de eerste weken.

Gebruik deze periode ook om het poetsen op te bouwen: als het tandvlees gevoelig is, begin je met een vingertandenborstel en korte sessies. Hoe je dat rustig aanleert, en waarom mensentandpasta echt niet kan, staat in het poetsartikel. Wil je zien hoe het gebit past in het bredere gezondheidsplaatje van dit ras, dan is toypoedel en gezondheid het overzicht dat je zoekt.

Kort samengevat

  • 28 melktanden, compleet rond zes weken tot twee maanden.
  • Wisselen van ongeveer drie tot zeven maanden; snijtanden eerst, dan hoektanden en premolaren.
  • Eindresultaat: 42 blijvende tanden en kiezen.
  • Ingeslikte melktanden en een spoortje bloed: normaal.
  • Melktand die blijft staan naast een blijvende tand: nooit normaal, binnen een week laten beoordelen.
  • Kauwmateriaal moet meegeven, anders breken er tanden.

Op zoek naar geschikt kauwmateriaal? Kijk naar kauwspeelgoed voor puppy's en naar een vingertandenborstel om het poetsen alvast op te bouwen.

Veelgestelde vragen

Wanneer wisselt een toypoedel zijn tanden?

Het wisselen begint meestal rond de derde à vierde levensmaand met de snijtanden, daarna volgen de hoektanden en premolaren. Rond zes tot zeven maanden staat het volledige blijvende gebit van 42 tanden er. Kleine rassen zoals de toypoedel zijn daarbij vaak wat later dan grote rassen.

Mijn toypoedel houdt zijn melktand terwijl de blijvende tand er al staat. Is dat erg?

Ja, dat hoort niet en het gaat niet vanzelf over. De vuistregel in de diergeneeskunde is dat er nooit twee tanden tegelijk op dezelfde plek horen te staan. Een melktand die blijft zitten duwt de blijvende tand scheef en vangt voedselresten. Laat het binnen een week door je dierenarts beoordelen.

Hoeveel melktanden heeft een pup?

Een pup heeft 28 melktanden, die vanaf ongeveer drie weken doorkomen en rond zes weken tot twee maanden compleet zijn. Het blijvende gebit telt 42 tanden en kiezen; achterin komen kiezen door die helemaal geen melkvoorganger hebben.

Is een beetje bloed tijdens het wisselen normaal?

Een klein rood vlekje op een kauwspeeltje hoort erbij en is niets om je zorgen over te maken. Aanhoudend bloeden, duidelijke pijn, niet willen eten of een zwelling in de bek zijn dat wel: bel dan je dierenarts.

Lees ook