Direct naar inhoud
Toypoedel.nl, alles over poedels

Anaalklieren bij de toypoedel: sleetje rijden, legen en voorkomen

Lotte Bakker

Geschreven door Lotte Bakker

Anaalklieren bij de toypoedel: sleetje rijden, legen en voorkomen

Je toypoedel schuift plotseling op zijn achterwerk over het tapijt, of likt aanhoudend onder zijn staart. Meestal is dat geen wormen en ook geen slechte manieren, maar een signaal van de twee kleine kliertjes naast de anus. Bij kleine rassen geven die vaker problemen dan bij grote honden, en de toypoedel hoort tot de groep die het vaakst wordt genoemd.

Wat anaalklieren zijn en wat ze doen

Anaalklieren zijn twee kleine zakjes aan weerszijden van de anus, ongeveer op de posities van vier en acht uur op de klok, één tot twee centimeter naast de opening. Ze liggen tussen de inwendige en uitwendige sluitspier en monden via een dun buisje uit langs de rand van de anus. In de wand zitten klieren die een scherp ruikende, olieachtige vloeistof maken.

Die vloeistof is een visitekaartje: hij geeft de ontlasting een individuele geur en speelt een rol in de herkenning tussen honden onderling. Bij elke stevige drol worden de zakjes door de druk een beetje leeggeknepen. Zolang dat goed gaat, merk je er niets van, behalve soms een vluchtige visachtige geur.

Waarom juist kleine rassen er last van hebben

In een vragenlijstonderzoek onder Nederlandse dierenartsen werd de incidentie van niet-kwaadaardige anaalklieraandoeningen bij honden geschat op 15,7 procent, verdeeld over verstopping (8,9 procent), ontsteking (4,05 procent) en abcesvorming (2,75 procent). Ruim zestig procent van de dierenartsen noemde honden onder de 10 kilo als de oververtegenwoordigde groep, tegenover nog geen vier procent voor honden boven de 30 kilo. Amerikaanse dierenartsenbronnen noemen de toy- en dwergpoedel expliciet in het rijtje gevoelige rassen, naast de chihuahua, de cockerspaniël en de bassethound.

Tegelijk is het eerlijk om te zeggen dat het bewijs voor rasaanleg niet keihard is: in de vakliteratuur wordt opgemerkt dat het werkelijke risico per ras nooit goed is vastgesteld. Wat wél consistent naar voren komt, zijn de omstandigheden die de klieren dwarszitten: te dunne ontlasting, waardoor de druk om de zakjes leeg te knijpen wegvalt, en huidproblemen of allergieën, die als meest voorkomende bijkomende aandoening worden gezien. Over overgewicht zijn de bronnen verdeeld: een deel van de dierenartsen ziet het verband, een groot Brits onderzoek vond het niet.

De signalen op een rij

  • Sleetje rijden: met het achterwerk over de vloer of het gras schuiven. Vaak het eerste teken.
  • Likken of bijten onder de staart en rond de anus, soms tot de vacht daar nat en dun wordt.
  • Een scherpe, visachtige geur die opeens in huis of aan de mand hangt.
  • Moeizaam of onwennig zitten, of persen bij het poepen.
  • Roodheid of een pijnlijke zwelling één tot twee centimeter naast de anus. Dat wijst op een ontsteking of een abces en is een reden om diezelfde dag te bellen.
  • Bloed of pus onder de staart: een abces dat is opengegaan.

Van verstopping tot abces

Het loopt vrijwel altijd in dezelfde volgorde. Eerst wordt het secreet dikker en raakt het afvoerbuisje verstopt, waardoor het zakje opzwelt en jeukt. Blijft dat zo, dan krijgen bacteriën in de opgehoopte inhoud vrij spel en ontstaat een ontsteking. In het ergste geval vormt zich een abces dat door de huid heen naar buiten breekt.

De dierenarts leegt bij een verstopping de zakjes en spoelt achtergebleven materiaal weg. Bij een ontsteking komt daar reiniging bij, vaak een antibioticumzalf in het klierzakje en pijnstilling; bij een pijnlijke situatie gebeurt dat onder lichte sedatie. Blijven de klachten na herhaalde behandeling terugkomen, dan kunnen de klierzakjes operatief worden verwijderd: een laatste stap, geen routine-ingreep. Zulke behandelingen vallen doorgaans onder een hondenverzekering, mits de klachten niet al bestonden bij het afsluiten.

Niet preventief laten legen

Hier lopen de praktijk en het advies uit elkaar. Bij veel trimsalons is anaalklieren legen een standaardonderdeel van de beurt, en dat telt bij de toypoedel extra, omdat die iedere zes tot acht weken op tafel staat. Het inzicht van veterinair dermatologen is inmiddels een ander: klieren die geen klachten geven, moet je met rust laten. Herhaald legen zonder aanleiding irriteert de wand van de zakjes, waardoor ze juist sneller vollopen en gevoeliger worden voor verstopping en ontsteking. Laat legen dus over aan je dierenarts, en alleen bij echte signalen. Bespreek dit gerust met je trimmer als je je hond laat trimmen. Zelf legen thuis is geen goed idee: de techniek vraagt gevoel, en bij verkeerde druk beschadig je het buisje of de wand.

Wat wel helpt

  • Stevige ontlasting. Dat is de kern. Een vezelrijk voer of een oplosbare vezel als psyllium maakt de drol steviger, waardoor de klieren bij het poepen vanzelf leeglopen. Overleg de dosering met je dierenarts voor je aan de slag gaat, en let op de rest van het voedingspatroon. Vergelijk het aanbod aan psylliumvezels of kijk naar een vezelrijk hondenvoer.
  • Terugkerende diarree serieus nemen. Weken achtereen dunne ontlasting is de klassieke aanloop naar problemen. Check ook of er iets tussendoor gaat dat niet op het menu hoort.
  • Jeuk en huidklachten laten uitzoeken. Allergie is de meest genoemde bijkomende aandoening; bij een hond die overal krabt, is de anaalklier zelden het enige probleem.
  • Een gezond gewicht. Het bewijs is niet eenduidig, maar slappe spanning rond de anus helpt niet mee: zie overgewicht bij de toypoedel.
  • De vacht rond de anus kort houden. Zo zie je meteen wat er aan de hand is.

Een uitzondering bij de oudere hond

Voel of zie je bij een oudere toypoedel een vaste knobbel naast de anus, laat die dan altijd beoordelen. Anaalkliertumoren zijn zeldzaam, ongeveer 2 procent van alle huidtumoren bij de hond, maar ze treffen vooral honden rond de tien jaar en worden regelmatig bij toeval gevonden. Andere signalen: persen bij het poepen, meer drinken en plassen, sloomheid. Reden genoeg om een senior toypoedel jaarlijks te laten controleren. Meer over de gevoeligheden van dit ras staat in ons overzicht van de gezondheid van de toypoedel.

Kort samengevat

  • Sleetje rijden en likken onder de staart zijn de eerste signalen.
  • Kleine rassen onder de 10 kilo zijn duidelijk oververtegenwoordigd; de toypoedel hoort daarbij.
  • Dunne ontlasting en jeukende huid zijn de belangrijkste aanjagers, niet het ras zelf.
  • Preventief legen zonder klachten wordt afgeraden en werkt eerder averechts.
  • Roodheid, zwelling, bloed of pus: dezelfde dag naar de dierenarts.
  • Een vaste knobbel bij een oudere hond hoort altijd nagekeken te worden.

Veelgestelde vragen

Waarom rijdt mijn toypoedel sleetje?

Sleetje rijden is het bekendste signaal van volle of ontstoken anaalklieren: de hond probeert de druk of jeuk bij de anus te verlichten. Andere oorzaken zijn wormen, een vieze vacht of een huidprobleem. Blijft het langer dan een dag of twee aanhouden, laat het dan door je dierenarts beoordelen.

Moet ik de anaalklieren van mijn toypoedel preventief laten legen?

Nee. Gezonde anaalklieren lopen bij elke stevige ontlasting vanzelf een beetje leeg. Veel dierenartsen raden routinematig legen zonder klachten juist af, omdat het de wand van de klierzakjes kan irriteren en de kans op verstopping en ontsteking eerder vergroot dan verkleint.

Kan ik de anaalklieren zelf legen?

Doe dit niet op eigen houtje. Bij verkeerde techniek beschadig je het klierzakje of het afvoerbuisje, met irritatie of een ontsteking als gevolg. Laat het door je dierenarts doen, en vraag of het bij jouw hond überhaupt nodig is.

Hoe vaak hebben toypoedels last van anaalklieren?

In een onderzoek onder Nederlandse dierenartsen werd de incidentie van niet-kwaadaardige anaalklieraandoeningen bij honden geschat op 15,7 procent. Kleine rassen onder de 10 kilo waren daarbij duidelijk oververtegenwoordigd, en daar valt de toypoedel met zijn 2 tot 4,5 kilo ruim binnen.

Lees ook