Direct naar inhoud
Toypoedel.nl, alles over poedels

Patella luxatie bij de toypoedel: het huppelpasje, de graden en de kosten

Lotte Bakker

Geschreven door Lotte Bakker

Patella luxatie bij de toypoedel: het huppelpasje, de graden en de kosten

Je toypoedel rent door de tuin, houdt opeens een achterpoot omhoog, huppelt twee of drie passen op drie poten en gaat daarna weer verder alsof er niets gebeurd is. Geen piep, geen pijnreactie. Dat huppelpasje is het klassieke beeld van patella luxatie, en juist bij dit ras is het geen zeldzaamheid.

Wat er in die knie gebeurt

De knieschijf, de patella, ligt in een groeve aan de onderkant van het dijbeen en glijdt daar bij elke stap in op en neer. Is die groeve te ondiep of staan de botten in het onderbeen iets gedraaid, dan schiet de schijf er bij belasting uit. Bij kleine rassen gebeurt dat vrijwel altijd naar de binnenkant van het been, mediaal in vaktaal, en dat verklaart het pasje: zolang de schijf ernaast ligt, kan de hond de knie niet strekken, dus tilt hij de poot op tot het ding er vanzelf weer in schiet.

Het is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen bij honden, met een diagnose bij ongeveer 7 procent van de pups en beide knieën aangedaan bij ongeveer de helft van de patiënten. De incidentie van de mediale vorm ligt bij kleine rassen twaalf keer hoger dan bij grote.

Waarom de toypoedel er zo vaak bij staat

In een Japans onderzoek uit 2019 werden 2.048 pups van negen veelgehouden rassen onderzocht, gemiddeld op 43 dagen oud. Van alle pups had 20,3 procent een luxerende knieschijf. De toypoedel voerde de lijst aan met 38,1 procent, gevolgd door de shiba (34,9 procent) en de pomeriaan (26,9 procent); de maltezer sloot de rij met 2,1 procent. Van de aangedane pups had 86 procent het aan beide knieën.

Belangrijke kanttekening: die pups kwamen van commerciële hondenveilingen, dus het cijfer zegt vooral iets over fokkerij zonder selectie. Ter vergelijking: in 119 Engelse eerstelijnspraktijken werd patella luxatie bij 1,30 procent van 210.824 honden vastgesteld, mediane leeftijd bij diagnose 4 jaar. Wat het Japanse onderzoek wél hard maakt, is de erfelijkheid: nestgenoten van een aangedane toypoedelpup hadden een 6,3 keer hoger risico, en bij de zwaardere vormen vanaf graad 2 liep dat op naar 16,2 keer. Daarom is de fokker hier het halve verhaal.

De graden, en waarom graad 2 het kantelpunt is

Een dierenarts voelt met duim en vingers of de knieschijf uit de groeve te drukken is, staand en liggend, zonder verdoving. De Raad van Beheer werkt met deze schaal:

  • Vrij (vast): de knieschijf is niet uit de groeve te verplaatsen.
  • Vrij (flexibel): hij komt tot de rand van de groeve, maar niet erover.
  • Graad 1: hij luxeert alleen onder handdruk en schiet daarna vanzelf terug.
  • Graad 2: hij luxeert spontaan en gaat er ook spontaan weer in, door draaiing van het onderbeen.
  • Graad 3: hij ligt er permanent naast, maar is met de hand terug te zetten.
  • Graad 4: hij ligt er permanent naast en is niet meer terug te zetten. Een geopereerde knie valt in dezelfde categorie.

Sinds 1 januari 2026 heeft die schaal directe gevolgen voor de fokkerij: de Raad van Beheer geeft geen stambomen meer af aan nakomelingen als een ouderdier graad 2 of hoger heeft. Voor toypoedels, dwergpoedels en middenslagpoedels moeten beide ouders sowieso op patella onderzocht zijn; bij de grote poedel is dat nog geen eis. Voor jou als koper levert dat één concrete vraag op bij het halen van een pup: laat de uitslagen van beide ouders zien, niet alleen het woord "gezond".

Wat je zelf ziet

Let naast het huppelpasje op wijdbeens of stijf lopen, struikelen, moeite met opstaan na het slapen, of een hond die het springen op de bank uit zichzelf laat. Omdat het vaak beiderzijds is, valt het soms juist niet op: er is geen "goede poot" om mee te vergelijken.

Twee dingen maken het meer dan een cosmetisch pasje. Een instabiele knie slijt, waardoor artrose ontstaat. En de voorste kruisband krijgt continu extra belasting: bij 13 tot 25 procent van de honden met mediale patella luxatie wordt tegelijk kruisbandletsel gevonden. Dit hoort daarmee thuis in de kern van de gezondheidsaandachtspunten van de toypoedel, naast de erfelijke oogaandoening PRA en het gebit.

Behandelen: afwachten of opereren

Graad 1 en een milde graad 2 worden meestal conservatief aangepakt: een strak gezond gewicht, gerichte spieropbouw en vaak fysiotherapie. Maar conservatief is niet hetzelfde als niets doen. Van de honden met een onopgemerkte graad 2 die vier jaar gevolgd werden, had de helft chronische kreupelheid of alsnog een operatie nodig.

Bij graad 3, graad 4 en een graad 2 die klachten geeft, ligt de operatie voor de hand. Chirurgen combineren doorgaans drie ingrepen: de groeve in het dijbeen verdiepen, de aanhechting van de kniepees op het scheenbeen verplaatsen zodat de trekrichting klopt, en het gewrichtskapsel strakker zetten. Meer dan 90 procent van de eigenaren is achteraf tevreden, maar klein is de ingreep niet: de complicatiepercentages liggen tussen de 13 en 48 procent, meestal losschietende pennetjes of herluxatie. Reken op acht tot twaalf weken beperkte activiteit.

De kosten liggen in Nederland rond de €800 tot €2.000 per knie, inclusief vooronderzoek, narcose en nazorg; €1.500 voor één knie bij een kleine hond is gangbaar, en bij twee knieën telt dat dubbel. Een hondenverzekering vergoedt meestal rond de 80 procent, mits de klachten nog niet bestonden bij het afsluiten van de polis. Bij dit ras is dat een reden om de verzekering niet uit te stellen tot het eerste huppelpasje.

Wat je thuis kunt doen

  • Gewicht als eerste knop. Elke honderd gram telt bij een hond van 2 tot 4,5 kilo. Zie overgewicht bij de toypoedel.
  • Springen beperken. Van de bank af springen is een klap op een knie die die klap niet zoekt. Een hondentrapje of loopplank scheelt tientallen sprongen per dag.
  • Grip op gladde vloeren. Op laminaat glijden de achterpoten bij elke bocht weg. Losse kleden helpen, en er zijn antislipsokken. Houd ook de vachtplukjes tussen de voetzolen kort.
  • Rustige spieropbouw. Dagelijks wandelen in een normaal tempo levert meer bruikbare spier op dan tien minuten wild balspel. Overleg bij hondensport welke onderdelen verstandig zijn.
  • Laat het huppelpasje beoordelen. Ook als je hond er niets van lijkt te merken. Een vastgestelde graad is je vergelijkingspunt voor volgend jaar, en dat telt extra bij een ouder wordende toypoedel.

Kort samengevat

  • Een paar passen op drie poten en dan weer normaal doorlopen is het klassieke signaal.
  • Bij kleine rassen ligt de incidentie twaalf keer hoger dan bij grote; de toypoedel staat bovenaan.
  • De aanleg is erfelijk: nestgenoten van een aangedane pup hebben tot 16 keer meer risico.
  • Sinds 1 januari 2026 krijgen pups geen stamboom meer als een ouderdier graad 2 of hoger heeft. Vraag die uitslagen dus op.
  • Graad 1 en milde graad 2: gewicht, spieropbouw, fysiotherapie. Graad 3 en 4: operatie, €800-2.000 per knie.

Veelgestelde vragen

Wat is patella luxatie bij een hond?

De knieschijf (patella) glijdt normaal in een groeve aan de onderkant van het dijbeen. Bij patella luxatie schiet hij daaruit, bij kleine rassen bijna altijd naar de binnenkant van het been. De hond loopt dan een paar passen op drie poten en gaat daarna weer gewoon verder.

Hoe vaak komt patella luxatie voor bij toypoedels?

In een Japans onderzoek onder 2.048 pups van negen rassen had de toypoedel met 38,1 procent de hoogste prevalentie van alle onderzochte rassen. Dat waren pups uit de commerciële handel, dus het cijfer zegt vooral iets over ongeselecteerde fok. De aanleg is aantoonbaar erfelijk: nestgenoten van een aangedane toypoedelpup hadden een 6,3 keer hoger risico.

Wat kost een patella luxatie operatie in Nederland?

Reken op ongeveer €800 tot €2.000 per knie, inclusief vooronderzoek, narcose en nazorg. Voor een eenzijdige operatie bij een kleine hond komt €1.500 vaak in de buurt. Zijn beide knieën aangedaan, dan verdubbelt dat. Een hondenverzekering vergoedt meestal rond de 80 procent, mits de klachten er nog niet waren toen je de polis afsloot.

Moet een toypoedel met patella luxatie altijd geopereerd worden?

Nee. Graad 1 en milde graad 2 worden meestal conservatief aangepakt: gewichtsbeheersing, spieropbouw en fysiotherapie. Bij graad 3, graad 4 en een graad 2 die klachten geeft, is een operatie doorgaans wel de aangewezen route. Afwachten is geen neutrale keuze: van de honden met een onopgemerkte graad 2 had na vier jaar de helft chronische kreupelheid of alsnog een operatie nodig.

Lees ook