Basiscommando's voor je toypoedel: zo leer je ze aan
Geschreven door Lotte Bakker

Kort antwoord: leer een toypoedel eerst zijn naam en zit, en daarna af, hier, blijf, los en lopen aan een losse lijn. Train twee tot drie keer per dag vijf minuten, beloon met piepkleine snoepjes en bouw moeilijkheid stap voor stap op. Een poedel pikt een nieuw commando snel op; het echte werk is het betrouwbaar maken, ook buiten en met afleiding. Hieronder vind je per commando het stappenplan, een oefenschema per leeftijd en de fouten die je bij een klein hondje het best kunt vermijden.
Welke commando's en waarom
| Commando | Waarvoor je het gebruikt | Beginnen vanaf |
|---|---|---|
| Naam | aandacht vragen, de basis voor alle andere commando's | eerste week thuis |
| Zit | rustig wachten bij de voerbak, de deur of het oversteken | eerste week thuis |
| Af | tot rust komen op een terras, bij bezoek of in de trein | rond 3 maanden |
| Hier | terugkomen, de belangrijkste veiligheidsoefening | eerste week thuis, binnen |
| Blijf | op zijn plek blijven terwijl jij iets doet | ongeveer 12 weken |
| Los | iets loslaten, voordat hij het inslikt | ongeveer 10 weken |
| Volg (losse lijn) | ontspannen wandelen zonder trekken | zodra hij buiten mag wandelen |
De leeftijden zijn richtlijnen. Een pup kan meer dan je denkt, zolang de sessies kort blijven. Vooral het karakter van een toypoedel maakt dit ras zo leuk om te trainen: hij is gericht op zijn mens, snel van begrip en werkt graag mee. De keerzijde is dat hij net zo snel iets leert wat je niet bedoelt, zoals dat blaffen of opspringen aandacht oplevert.
Voor je begint: vijf regels die het verschil maken
- Beloon, straf niet. Een poedel is gevoelig voor je stemming. Met snoepjes, spel en een vrolijke stem kom je veel verder dan met correcties.
- Kort en vaak. Twee tot drie sessies van vijf minuten per dag. Stop terwijl het nog goed gaat, dan wil hij de volgende keer weer.
- Eén woord per commando, voor het hele gezin. Zegt de een "af" en de ander "lig", dan leert je hond twee woorden voor hetzelfde, of geen van beide.
- Piepkleine beloningen. Een beloning ter grootte van een halve erwt is genoeg. Snoepjes tellen mee in de dagportie; reken met maximaal 10 procent van de calorieën, zoals uitgelegd bij voeding voor de toypoedel. Je kunt ook een deel van zijn gewone brokken gebruiken.
- Train op zijn hoogte. Zak door je knieën of train op de bank naast je. Een hond van 25 centimeter die steeds omhoog moet kijken naar een staande mens, wordt snel onrustig of springt op.
Stappenplan: zeven basiscommando's
1. Reageren op zijn naam
Zeg één keer zijn naam, vrolijk en niet te hard. Kijkt hij je aan, markeer dat met "ja" of een klik van een clicker en beloon direct. Doe dit tien keer verspreid over de dag, in verschillende kamers. Gebruik zijn naam nooit om te mopperen: zijn naam moet betekenen dat er iets goeds komt.
2. Zit
Houd een trainingssnoepje vlak boven zijn neus en beweeg het langzaam naar achteren over zijn kop. Zijn achterwerk zakt dan vanzelf. Raakt het de grond, zeg dan "zit" en beloon. Duw nooit op zijn rug of achterwerk: bij een toypoedel belast je daarmee zijn knieën en rug, en hij leert er niets van. De meeste poedels hebben zit binnen een paar dagen door.
3. Af
Begin vanuit zit. Breng het snoepje langzaam van zijn neus recht omlaag naar de grond en dan een paar centimeter naar voren. Liggen zijn ellebogen op de grond, dan volgt "af" en de beloning. Oefen op een kleed of mat: veel kleine honden gaan niet graag liggen op een koude, gladde vloer. Lukt het niet, beloon dan eerst een half liggende houding en vraag daarna pas meer.
4. Hier
Dit is het commando dat er het meest toe doet. Begin binnen op twee meter afstand: zak door je knieën, open je armen en roep vrolijk "hier". Komt hij, dan volgt een feestje met een extra lekker snoepje. Bouw daarna op naar de tuin en dan naar buiten aan een lange looplijn. De twee gouden regels: beloon "hier" altijd, ook als hij pas na drie keer roepen komt, en roep hem nooit voor iets vervelends zoals nagels knippen of weggaan uit het park. Anders leert je slimme poedel dat komen tegen hem werkt. Hoe je "hier" onderweg gebruikt, lees je bij wandelen met je toypoedel.
5. Blijf
Laat hem zitten, zeg "blijf", doe één stap naar achteren en stap direct terug om te belonen. Pas daarna maak je het moeilijker, en altijd maar op één punt tegelijk: eerst langer (seconden), dan verder weg (passen), dan met afleiding (een bal die rolt, iemand die binnenkomt). Gaat hij toch staan, dan was de stap te groot. Ga zonder commentaar een stapje terug.
6. Los
Speel met een speeltje, houd een snoepje bij zijn neus en zeg "los" op het moment dat hij het speeltje loslaat. Beloon en geef het speeltje daarna terug. Zo leert hij dat loslaten niet betekent dat hij iets kwijtraakt. Dit commando is een verzekering: een toypoedel van drie kilo kan aan een druif, een stuk chocolade of een kippenbot al flink ziek worden. Welke etenswaren gevaarlijk zijn, staat in wat mag een toypoedel niet eten.
7. Volg aan een losse lijn
Beloon elke paar passen waarin hij naast je loopt met een slappe lijn. Trekt hij, blijf dan stilstaan tot de lijn weer slap hangt en loop pas daarna verder. Bij een toypoedel is trekken geen krachtprobleem, maar wel een gezondheidsrisico: druk op de hals is slecht voor de kwetsbare luchtpijp. Train daarom met een goed passend tuig, zoals uitgelegd in tuigje of halsband voor je toypoedel en tracheacollaps bij de toypoedel.
Oefenschema per leeftijd
| Leeftijd | Wat je oefent | Hoe |
|---|---|---|
| 8 tot 12 weken | naam, zit, hier binnen, eerste keer los | 2 tot 3 keer per dag een paar minuten, alleen thuis |
| 3 tot 6 maanden | af, blijf (kort), hier in de tuin, losse lijn | puppycursus, oefenen op steeds nieuwe plekken |
| 6 tot 18 maanden | alles herhalen met afleiding, hier aan de lange lijn | geduld: in de puberteit lijkt hij soms alles te vergeten |
| Volwassen | onderhouden en uitbreiden met trucjes en hersenwerk | dagelijks kleine oefenmomenten in het gewone leven |
Tussen ongeveer zes en achttien maanden zit een toypoedel in de puberteit. Commando's die hij kende, lijken dan ineens te verdwijnen. Dat is normaal: ga een stap terug in moeilijkheid en blijf belonen. Ook zindelijkheidstraining en benchtraining werken met precies dezelfde aanpak van kleine stappen en direct belonen.
Veelgemaakte fouten bij een toypoedel
- Hem optillen in plaats van roepen. Een toypoedel is makkelijk op te pakken, maar dan oefen je "hier" nooit echt. Roep hem, beloon, en til hem daarna pas op als dat nodig is.
- Alles door de vingers zien omdat hij klein is. Opspringen en blaffen zijn bij een klein hondje schattig, tot hij drie jaar is en het de hele dag doet. Wat je bij een labrador niet wilt, wil je bij een toypoedel ook niet. Meer daarover bij blaffen afleren.
- Het commando blijven herhalen. "Zit, zit, zit!" leert hem dat het derde "zit" pas telt. Zeg het één keer en help hem daarna met het snoepje.
- Te snel te moeilijk. Een commando dat in de keuken lukt, lukt nog niet in het park. Elke nieuwe plek is voor je hond een nieuwe oefening.
- Te grote beloningen. Tien flinke snoepjes per sessie zijn op drie kilo lichaamsgewicht een maaltijd. Breek ze in stukjes.
Waarom belonen beter werkt dan straffen
Dat belonen werkt, is niet alleen een gevoel. Onderzoekers van de Universiteit van Porto volgden 92 honden van zeven hondenscholen. Honden die vooral met straf en correcties werden getraind, lieten tijdens de training meer stresssignalen zien, zoals lippen likken en gapen, en hadden na de les hogere cortisolwaarden in hun speeksel dan honden van scholen die met belonen werkten. Ze reageerden ook "pessimistischer" in een test buiten de training. Voor een gevoelig ras als de poedel is dat een duidelijke keuze.
Wil je begeleiding, kies dan een puppycursus of hondenschool die met belonen werkt. Het LICG, het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren, heeft een handige lijst met vragen om een goede hondenschool te herkennen. Kijk bij een proefles of de honden ontspannen zijn en of de instructeur uitlegt waarom een oefening werkt.
Na de basis
Een poedel die de basis kent, wil meer. In de rangorde van psycholoog Stanley Coren staat de poedel op de tweede plaats; lees daarover hoe slim is een poedel. Een paar minuten denkwerk kan hem verrassend moe maken. Ideeën vind je bij hersenwerk voor je toypoedel en hondensport voor toypoedels. Wat je aan trainingsspullen nodig hebt, staat in de checklist benodigdheden.
Bronnen en controle
Het onderzoek naar trainingsmethoden is van Vieira de Castro en collega's (Universiteit van Porto), gepubliceerd in PLOS ONE in 2020 (samenvatting op PubMed). De aanpak van korte sessies en belonen sluit aan bij de basiscommando's van de American Kennel Club en de adviezen van het LICG over het kiezen van een goede hondenschool. De rangorde van Coren komt uit zijn boek The Intelligence of Dogs. Heeft je poedel gedragsproblemen zoals angst of agressie, overleg dan met je dierenarts of een gedragsdeskundige. Klopt er iets niet, mail dan naar [email protected].
Kort samengevat
- Volgorde: naam, zit, af, hier, blijf, los en lopen aan een losse lijn.
- Twee tot drie keer per dag vijf minuten, met piepkleine beloningen.
- "Hier" altijd belonen en nooit gebruiken voor iets vervelends.
- Train op zijn hoogte, duw nooit op zijn rug en oefen met een tuig.
- Maak het per keer op één punt moeilijker: duur, afstand of afleiding.
- Belonen werkt beter en is vriendelijker dan straffen, ook volgens onderzoek.



