Zindelijkheidstraining voor je toypoedel: stappenplan en schema
Geschreven door Lotte Bakker

Kort antwoord: een toypoedel wordt zindelijk door vaak en op vaste momenten naar buiten te gaan, binnen twee seconden te belonen op de plasplek en ongelukjes te voorkomen in plaats van te bestraffen. Een jonge toypup moet overdag ongeveer elk uur naar buiten en 's nachts nog een of twee keer. Overdag gaat het meestal binnen een paar weken goed; helemaal betrouwbaar is hij vaak rond 4 tot 6 maanden. Hieronder vind je het stappenplan, een dagschema, de aanpak voor de nacht en wat je doet bij een terugval.
Waarom een toypoedel iets meer geduld vraagt
Poedels zijn slim en van nature proper, dus ze snappen snel wat de bedoeling is. Bij de toypoedel spelen wel een paar dingen mee die het iets langer laten duren:
- Een kleine blaas. Een pup van een kilo of anderhalf kan het simpelweg minder lang ophouden dan een pup van een groot ras.
- Subtiele signalen. Het rondjes draaien en snuffelen vóór een plas duurt bij zo'n klein hondje een paar seconden en is makkelijk gemist.
- Kleine plasjes vallen niet op. Een plasje achter de bank vind je soms pas dagen later. Voor je pup is het dan al een gewoonte.
- Kou en regen. Veel toypoedels hebben een hekel aan nat en koud weer en stellen buiten plassen dan uit.
- Veel gedragen worden. Een hondje dat overal naartoe wordt gedragen, leert minder goed zelf naar de deur te gaan.
Dat ligt dus niet aan jou of aan je pup. Het betekent alleen dat je de eerste maanden wat strakker moet plannen.
Hoe lang kan een pup het ophouden?
Een vuistregel van de American Kennel Club is dat een pup zijn plas ongeveer zoveel uur kan ophouden als hij maanden oud is, tot ongeveer negen maanden tot een jaar. Voor een toypup reken je beter wat krapper. Overdag, als hij actief is, gaat het veel sneller dan 's nachts in rust.
| Leeftijd | Overdag naar buiten | 's Nachts |
|---|---|---|
| 8 tot 10 weken | ongeveer elk uur, plus na slapen, eten en spelen | 1 tot 2 keer |
| 10 tot 16 weken | elke 1,5 tot 2 uur | 1 keer, afbouwend |
| 4 tot 6 maanden | elke 2 tot 4 uur | meestal doorslapen |
| Vanaf 6 maanden | 4 tot 5 keer per dag | doorslapen |
| Volwassen | minstens 3 tot 4 keer per dag | doorslapen |
Een volwassen toypoedel laat je niet langer dan 4 tot 5 uur alleen, ook als hij het langer kan ophouden. Hoe je dat opbouwt, lees je in kan een toypoedel alleen zijn.
Het stappenplan in vijf stappen
1. Plan vaste plasmomenten
Ga naar buiten direct na het wakker worden, na elke maaltijd, na spelen of opwinding en vlak voor het slapen. Een jonge toypup moet overdag daarnaast ongeveer elk uur even naar buiten. Een wekker op je telefoon helpt de eerste weken echt.
2. Kies één plasplek en een vast woord
Loop steeds naar dezelfde plek, blijf stil staan en laat hem rustig snuffelen. Zeg een vast woord zoals "plassen" zodra hij begint. Na een paar weken kun je dat woord gebruiken om hem op commando te laten plassen, handig voor het slapengaan of vóór een autorit.
3. Beloon binnen twee seconden
Beloon direct na de plas, op de plek zelf, met een snoepje en een vrolijke stem. Beloon je pas als je weer binnen bent, dan beloon je het naar binnen gaan en niet het plassen. En houd het saai tot hij klaar is: eerst plassen, dan pas spelen. Anders leert je poedel dat buiten zijn speeltijd betekent en stelt hij het plassen uit.
4. Houd toezicht of beperk de ruimte
De eerste weken houd je je pup in het oog, of hij ligt bij je in dezelfde kamer. Kun je even niet opletten, zet hem dan in een kleine bench of puppyren. Een hond bevuilt niet graag zijn eigen slaapplek, dus een bench helpt, zolang hij niet te groot is. Hoe je een bench fijn maakt, staat in benchtraining voor de toypoedel.
5. Ruim ongelukjes neutraal op
Betrap je hem op heterdaad, onderbreek dan rustig met een geluidje, til hem op en breng hem naar de plasplek. Plast hij daar verder, beloon dan. Vind je een plas achteraf, ruim die dan zonder commentaar op. Straffen achteraf begrijpt een hond niet; een gevoelige poedel leert er alleen van dat hij beter uit het zicht kan plassen. Gebruik een enzymreiniger. Middelen met ammoniak ruiken voor een hond naar urine en lokken hem juist terug.
Een voorbeelddag voor een pup van 10 weken
| Tijd | Wat |
|---|---|
| 7:00 | wakker, direct naar buiten, belonen |
| 7:15 | ontbijt, daarna binnen een kwartier weer naar buiten |
| 8:00 tot 12:00 | elk uur naar buiten, en na elk dutje en elke speelsessie |
| 12:00 | lunch, daarna naar buiten |
| 13:00 tot 17:00 | elk uur en na elk dutje naar buiten |
| 15:00 | kleine maaltijd, daarna naar buiten |
| 17:30 | avondeten, daarna naar buiten |
| 18:00 tot 22:30 | elk uur, en na spelen of bezoek |
| 22:30 | laatste rondje, daarna slapen |
| Nacht | een of twee keer kort naar buiten, zonder spelen |
Het lijkt veel, en dat is het de eerste weken ook. Het wordt snel minder. Een toypup eet meerdere kleine maaltijden per dag om zijn bloedsuiker stabiel te houden; houd dus rekening met een plasje na elke maaltijd. Zie ook voeding voor de toypoedel.
's Nachts
Zet de bench of mand de eerste weken naast je bed, zodat je hoort wanneer hij onrustig wordt. Draag hem dan naar de plasplek, beloon kort en leg hem zonder spelen of veel praten terug. Het doel is dat de nacht saai blijft. Zet eventueel een wekker net vóór het moment waarop hij meestal wakker wordt, en schuif die elke paar nachten een kwartier op. Meer over de eerste week lees je in de eerste nachten met je toypoedel-pup.
Puppypads, plasbak of balkon?
Het doel is dat je poedel buiten plast. Puppypads leren hem juist dat plassen binnen mag, dus je moet dat later weer afleren. Toch kunnen ze een tussenoplossing zijn, bijvoorbeeld als je hoog in een flat woont en niet elk uur met de lift naar beneden kunt. Leg een trainingspad of plasbak dan altijd op dezelfde plek, bij voorkeur vlak bij de voordeur, en ga daarnaast zo vaak mogelijk naar buiten. Bouw de pads af zodra het buiten goed gaat. Een balkon kan ook een vaste plasplek zijn, maar vervangt nooit de wandelingen; zie een toypoedel in een appartement en wandelen met je toypoedel.
Terugval of ineens weer binnen plassen
Plast een hond die al zindelijk was ineens weer binnen, dan is er bijna altijd een reden. Loop deze lijst langs:
- Medisch: een blaasontsteking of blaasgruis. Vaak kleine beetjes plassen, veel drinken, persen of bloed in de urine zijn redenen om naar de dierenarts te gaan. Neem als het lukt een beetje verse urine mee in een schoon potje.
- Markeren: een volwassen reu die tegen meubels plast, markeert. Dat is iets anders dan onzindelijkheid; lees reu of teef.
- Loopsheid: een teef plast rond de loopsheid soms vaker en onrustiger; zie loopsheid bij de toypoedel.
- Opwinding of onderdanigheid: een klein plasje bij het begroeten of als je je over hem heen buigt. Negeer het plasje, begroet rustig en buig niet over hem heen. De meeste jonge honden groeien hier overheen.
- Stress of verandering: een verhuizing, een nieuwe baby, vuurwerk of een ander dagritme. Ga dan een paar weken terug naar het schema van een pup.
- Ouderdom: bij een senior kan urineverlies een medische oorzaak hebben. Laat het nakijken; zie een oudere toypoedel verzorgen.
Twijfel je of iets medisch is, gebruik dan de gezondheidscheck of bel je dierenarts.
Hoe lang duurt het?
Met een consequente aanpak zijn de meeste poedelpups overdag binnen een paar weken grotendeels zindelijk. Volledig betrouwbaar, ook 's nachts en als hij even alleen is, zijn ze meestal rond 4 tot 6 maanden. Het LICG noemt een hond pas echt zindelijk als hij weet dat hij buiten moet, het langere tijd kan ophouden én aangeeft wanneer hij eruit moet. Dat laatste, bijvoorbeeld bij de deur gaan staan, kun je belonen zodra je het ziet. Een enkel ongelukje tot een jaar hoort erbij bij een toypoedel.
Bronnen en controle
De vuistregel over ophouden komt uit de zindelijkheidsgids van de American Kennel Club. De uitleg over echte zindelijkheid, de bench, onderdanig plassen en kennelonzindelijkheid volgt het LICG in onzindelijkheid bij de hond. Plast je hond vaak, met moeite of met bloed, ga dan naar je dierenarts; dit artikel vervangt geen medisch advies. Klopt er iets niet, mail dan naar [email protected].
Kort samengevat
- Vaste momenten: na slapen, eten, spelen en voor het slapen, en bij een jonge toypup elk uur.
- Eén plasplek, één woord, en belonen binnen twee seconden.
- Toezicht of een kleine bench, zodat er binnen weinig misgaat.
- Nooit straffen; ongelukjes neutraal opruimen met een enzymreiniger.
- 's Nachts de eerste weken een of twee keer eruit, saai en kort.
- Terugval bij een zindelijke hond: eerst naar de dierenarts, dan kijken naar stress of veranderingen.



